Wintertenen
Wintertenen zijn jeukende, rode of paarsige plekken op de tenen (of vingers) die ontstaan door kou gevolgd door opwarmen. Met warme kleding en het vermijden van snelle opwarming zijn ze goed te voorkomen; bestaande klachten verdwijnen meestal vanzelf. Onze voetzorgspecialisten kunnen je adviseren over warm en passend schoeisel.
Wat zijn wintertenen?
Wintertenen (perniones of chilblains) zijn een reactie van de kleine bloedvaten in de huid op kou gevolgd door opwarmen. Als de huid eerst afkoelt en daarna snel opwarmt, bijvoorbeeld door bij de kachel te gaan zitten of warme sokken aan te trekken, kunnen de bloedvaatjes tijdelijk te wijd openstaan, waardoor vocht en ontstekingsreacties in het weefsel ontstaan. Dit uit zich in rode of paarsige, jeukende of branderige plekken, vaak op de tenen, soms op de vingers, oren of neus.
Wintertenen zijn onschuldig en verdwijnen meestal binnen een paar weken. Door de voeten warm te houden en plotselinge opwarming te vermijden, kun je nieuwe klachten voorkomen. Goed passende, warme schoenen zijn daarbij belangrijk.
Symptomen
- Rode of paarsige, jeukende of branderige plekken op de tenen (soms vingers, oren of neus)
- Soms zwelling of kleine bultjes; in ernstige gevallen blaasjes of kloofjes
- Klachten ontstaan vaak na blootstelling aan kou en daarna opwarmen
- Meestal in de koudere maanden; verdwijnt vaak vanzelf in het voorjaar
Mogelijke oorzaken
Wintertenen ontstaan door een combinatie van kou en daarna snelle opwarming:
- Koude voeten: te dunne sokken, strakke schoenen of lang in de kou
- Snelle opwarming: voeten direct bij de kachel, op de verwarming of in te heet water
- Slechte doorbloeding: roken of bepaalde aandoeningen kunnen de kans vergroten
- Vocht en kou samen (natte sokken, koude vloeren) verhogen het risico
Wat kun je doen?
Voorkom koude voeten en vermijd snelle opwarming. Draag warme, niet te strakke schoenen en sokken. Bestaande wintertenen genezen meestal vanzelf; krabben of te heet water vermijden.